100 jaar vrouwenkiesrecht: meer vrouwen in de raad!

(gepubliceerd in Raadsledennieuws)

266px-aletta_jacobs32017: het jaar waarin het vrouwenkiesrecht 100 jaar bestaat én de start van maar liefst drie verkiezingsjaren. Dit jaar is de Tweede Kamer aan de beurt, in 2018 de gemeenteraad en in 2019 het Europees Parlement, Provinciale Staten, de Eerste Kamer en Waterschappen. Er is dus de komende jaren veel politiek talent nodig om al die kandidatenlijsten te bemensen. Niet alleen te bemannen dus.

34 jaar geduld…
Dat vrouwen politiek actief konden worden, was geen vanzelfsprekendheid. Al in 1883 wilde Aletta Jacobs zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad van Amsterdam. Ze voldeed tenslotte aan alle eisen die de grondwet daaraan stelde: kiesrecht was er voor alle meerderjarige Nederlanders met een minimaal een bepaald inkomen. Helaas stelde de Hoge Raad haar in het ongelijk, men stelde dat “Nederlander en ingezetenen alleen slaat op de mannen, anders ware dit afzonderlijk vermeld’.
Het zou nog 34 jaar duren voor Jacobs wel gelijk kreeg. Een eeuw geleden kregen vrouwen voor het eerst het recht om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Alleen passief kiesrecht dus, zelf stemmen mocht pas na een wetswijziging in 1919.

Schommelen rond 25%
Een eeuw vrouwenkiesrecht blijkt helaas nog niet voldoende te zijn om net zo veel vrouwen als mannen politiek actief te laten zijn. Zeker in de lokale politiek blijft het aantal vrouwen achter. In gemeenteraden schommelt het percentage vrouwen al lang gemiddeld rond de 25%. Een blik op de kandidatenlijsten laat vaak al zien hoe dat komt. Vrouwen stellen zich minder snel kandidaat dan mannen. En als ze raadslid zijn, dan stoppen ze eerder dan mannen. Jammer! Maar hoe komt dat toch?

Wie, ik?
“Daar ben ik toch helemaal niet geschikt voor? Vraag die en die maar, die is veel beter!” Vrouwen onderschatten zichzelf helaas maar al te vaak. Ze willen eerst zeker weten dat ze het kunnen voor ze aan iets beginnen. Daardoor melden ze zichzelf niet zo snel spontaan voor bijvoorbeeld een plek op de kandidatenlijst. Dat geldt in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven en aan de tafels van talkshows. Mannen zijn letterlijk meer in beeld. Voorbeeldvrouwen zijn daarom belangrijk: “you can’t be what you can’t see”.

Haantjescultuur
Wat ook niet helpt, is haantjesgedrag. Het lijkt in de politiek meer om het spel te gaan dan om de knikkers. Elkaar vliegen afvangen in de debatten, de andere partijen niets gunnen… Niet bepaald gezellig, maar ook niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de besluitvorming. Gelukkig kan dat echt anders. Veel gemeenteraden zijn zich bewust van dit probleem en werken aan een betere vergadercultuur. Om de sfeer te verbeteren én het aanzien van de politiek. Ook mannen hebben daar behoefte aan.

Vergaderen, vergaderen
Het raadswerk kost veel tijd, dat is niet te ontkennen. Naast werk, gezin, mantelzorg is het een flinke aanslag op de agenda. Maar dat betekent niet dat er niets te organiseren is. Veel gemeenteraden zijn al bezig om slimmer te vergaderen en de stroom aan stukken te beperken die raadsleden te verhapstukken krijgen. Stoppen  met vergadermarathons. Meer op werkbezoek en vergaderen op locatie. Meer luisteren naar inwoners en organisaties. Dit maakt het raadswerk leuker. En tijd besteden aan iets waar je blij van wordt, is een stuk minder erg.

Actief werven helpt
Wachten tot vrouwen zich spontaan zelf melden voor de lijst, is dus niet voldoende. Het belangrijkste advies is om vrouwen actief te vragen of zij zich kandidaat willen stellen. Omdat ze er anders misschien domweg niet eens over nadenken. Misschien is daar overtuigingskracht voor nodig: waarom zou jij dat niet kunnen? Een goede voorbereiding helpt ook, zodat vrouwen zich zekerder voelen als ze de stap wagen. Met een bijvoorbeeld een cursus, mentoring en een netwerk van ambitieuze vrouwen die elkaar kunnen steunen met raad en daad. Een mooie taak voor politieke partijen en griffies, juist op dit moment.  Het zou toch zonde zijn als na de zomer blijkt dat er helaas weer zo weinig vrouwen op de lijsten staan! Daar heeft Aletta Jacobs toch niet voor gestreden…

Advertenties

Mystery Burger: wel knoppen, geen kaders

De gemeente Bunnik werkt aan een nieuwe Woonvisie — pardon, een Visie op Wonen. ‘Dat is iets heel anders, want wonen gebeurt in een brede context’, aldus Nick, een van de adviseurs die de eerste contouren van die Visie op Wonen van het college aan de gemeenteraad toelicht. ‘We vragen u of u zich herkent in die beelden,’ legt wethouder Rob Zakee uit.

Lees verder

Vrouwen in de gemeenteraad: een hopeloze zaak?

(Blog op http://www.topvrouwennaardetop.nl)
Liesbeth Tettero

company-975969_1280Vrouwen in gemeenteraden steken meer tijd in het raadswerk dan mannen. Vinden ze het zo leuk? Dan is het toch gek dat vrouwen het vaak na één raadsperiode weer voor gezien houden. En dat de toestoom niet groter is: hun aantal stijgt nauwelijks. Leg het Nationale Raadsledenonderzoek en het rapport Vrouwenstemmen van Atria naast elkaar en er borrelen interessante vragen op. Met als belangrijkste: is het hopeloos?

Loont hard werken?
Een teleurstelling die veel vrouwen ervaren in hun werkende leven, is dat hard werken geen garantie is voor succes. Loont hard werken in de gemeenteraad? Dat hangt ervan af wat hun ambitie is. Uit het onderzoek van Atria blijkt dat vrouwen de knikkers belangrijker vinden dan het spel, het resultaat belangrijker dan de zelfpromotie. Maar helaas is daar de sfeer er in veel raden niet naar. Vliegen afvangen, ver-plassen, coalitie-oppositie-blokkades… gaat het nog om de inhoud? Harder werken in een omgeving die niet stimuleert, is niet bevorderlijk voor plezier in dat werk. Continue reading “Vrouwen in de gemeenteraad: een hopeloze zaak?”

Vrouwen in de gemeenteraad werken te hard?

(deze blog verscheen ook op http://www.topvrouwennaardetop.nl)

Vrouwen in gemeenteraden besteden gemiddeld 2,6 uur per week meer aan het raadswerk dan mannen. Dat blijkt uit het Nationaal Raadsledenonderzoek. Mannen besteden gemiddeld 15,2 uur aan het raadswerk, vrouwen 17,8. VSchermafbeelding 2016-01-25 om 13.45.57rouwen, raadsleden van linkse signatuur, in grote gemeenten en fractievoorzitters besteden naar verhouding de meeste tijd aan het raadswerk. Vrouwen die fractievoorzitter zijn voor een linkse partij in een grote gemeente zijn dus helemaal het haasje…

Waarom werken vrouwen zo hard?
Het onderzoeksrapport van Daadkracht constateert het verschil, maar doet geen uitspraken over de reden. Komt het door een hogere werkethiek van vrouwen? Meer perfectionisme, de lat ligt hoog? Kunnen vrouwen makkelijker meer tijd in het raadswerk steken omdat ze niet of part time werken? Of hebben ze last aan het ‘imposter syndrome’, het verschijnsel dat vrouwen denken dat ze niet goed genoeg zijn en daarom extra hard gaan werken? Of vinden ze het raadswerk gewoon zo leuk dat ze er graag meer tijd in steken?

Geen investering in de toekomst
Veel tijd steken in iets waar je ook veel energie uit krijgt, is niet zo’n probleem. Helaas blijkt uit andere onderzoeken dat vrouwen het vaker dan mannen na één periode als raadslid weer voor gezien houden. Het raadswerk valt ze tegen. Niet omdat het veel tijd kost, maar omdat ze er zo weinig resultaat mee boeken. Omdat het spel belangrijker blijkt dan de knikkers. Omdat de sfeer slecht is. Jammer. Voor de afhakers, maar ook voor de maatschappij. Continuïteit in bestuur is gebaat bij langer zittende raadsleden.

Geen eenheidsworst
Werken de vrouwen in gemeenteraden nu dus domweg te hard? Voor alle raadsleden, maar zeker voor vrouwen, is het goed om zich te realiseren hoe zij hun raadswerk zo kunnen uitvoeren dat de energiebalans op zijn minst in evenwicht is. En liever: dat ze ook energie uit het raadswerk krijgen. Dat betekent dat het raadswerk geen eenheidsworst is. 45 % van de raadsleden is niet blij met de hoeveelheid tijd die ze steken in het lezen van stukken en vergaderen. Ze zouden liever meer hun volksvertegenwoordigende taak oppakken, hup, dat gemeentehuis uit, mensen ontmoeten!

Wat houdt je tegen?
Wat let ze? Gewoon doen, zou je zeggen!? Zo simpel kan het zijn. Maar het betekent ook dat ze ‘nee’ zullen moeten zeggen tegen dingen die ze nu doen. Uit gewoonte, gevoel van verplichting, het hoort er nu eenmaal bij… De andere optie is om (nog) meer tijd aan het raadswerk te besteden. En dan komt er een moment, dat het niet meer houdbaar is dat dit geacht wordt een part time functie te zijn, naast een reguliere baan, opleiding en andere taken. Dat zie ik niet snel gebeuren. Dus, raadsleden: maak keuzes!

Dit jaar ga ik werken aan een boek over persoonlijke effectiviteit voor raadsleden. Heb je vragen waarop je in dit boek graag een antwoord op wilt, laat het me weten! De training over dit onderwerp staat op het programma bij het Periklesinstituut.