Het nieuwe cv is geen LinkedIn

Schermafbeelding 2017-10-22 om 10.01.46Blog voor de Transitiumgroep

Een curriculum vitae is anders dan een LinkedIn-profiel omdat het een ander doel heeft. Plus 3 tips.

Misschien was het ooit gebruikelijk om een cv zo volledig mogelijk te maken. Dat is echt niet meer het geval, de kracht zit in de beperking. Bij een volledig cv kunnen lezers mogelijk door de bomen het bos niet meer zien. Door zorgvuldig de informatie te selecteren die u in uw cv opneemt, neemt u de regie over het beeld dat de lezer zich van u vormt. En dat is natuurlijk het beeld van de zeer geschikte kandidaat!

Selecteren in LinkedIn
‘Maar wat is dan het verschil met LinkedIn’ vragen mensen vaak, ‘daar moet je ook al selecteren.’ En dat is waar. Zeker sinds de nieuwe vormgeving van LinkedIn, moeten gebruikers van dit online platform ook flink woekeren met de ruimte. Er zijn bijvoorbeeld bij de werkervaring nog maar vijf functies meteen zichtbaar, dus wie al heel wat stappen heeft gemaakt, moet hier indikken.

Verschil in gebruik
Het verschil tussen de twee zit in het gebruik. Een profiel op LinkedIn is voor algemeen gebruik. Het is ook zichtbaar als u gewoon aan het werk bent en niet solliciteert. Het geeft uitleg over u aan iedereen die om wat voor reden ook wat meer over u wil weten. Het cv is er voor een specifiek doel, het is er voor sollicitaties en wordt alleen bekeken door iemand die een vacature zo goed mogelijk wil vervullen. Een goed cv is op maat gemaakt. Een standaard-cv bestaat dus eigenlijk niet.

Het uploaden van uw cv op uw LinkedIn profiel is daarom geen goed idee. Zoals het omgekeerd niet handig is om een LinkedIn profiel te downloaden en als cv te gebruiken.

Drie tips voor een aansprekend cv

  1. Hou het kort en overzichtelijk. De stelregel is dat een cv niet langer is dan 2 pagina’s A4. Met leesbare letters en prettige marges. En met een glasheldere structuur: duidelijke kopjes en voldoende witregels.
  2. Leg de nadruk op relevante ervaring. De lezer wil graag weten waarom juist uw ervaring en opleiding relevant is voor de functie of de opdracht. Voor oud-wethouders betekent dat dat zij goed moeten nadenken welke competenties zij hebben versterkt in hun bestuurstijd en welke resultaten aansprekend en relevant zijn. Het is buiten het openbaar bestuur (en daarbinnen helaas vaak ook) niet geheel duidelijk wat een wethouder precies doet.
  3. Gebruik woorden die in de vacaturetekst genoemd worden en leg expliciet de link met uw profiel. “U zoekt een directeur die feeling heeft met het openbaar bestuur. Ik heb 15 jaar ervaring in deze mooie sector, als leidinggevende en als bestuurder”
Advertenties

De verkiezingen van 2017: manmanman…

(Column voor de nieuwsbrief van ProDemos)

Schermafdruk 2017-05-01 12.50.38Het was een opvallend plaatje: de voorzitter van de Tweede Kamer op de foto samen met de informateur. Wat er opvallend aan was? Twee vrouwen in charge! Het kan dus wél, vrouwen in een prominente positie. Valt het dan ook allemaal wel mee met de positie van vrouwen in de politiek? Helaas, er is nog lang geen sprake van een representatieve vertegenwoordiging. Laten we daar in 2017, het jaar waarin het (passief) vrouwenkiesrecht 100 jaar bestaat, eens serieus werk van maken.

Met of zonder stropdas
Krantenpagina’s en televisieschermen werden in verkiezingstijd gedomineerd door de mannen. Alleen Marianne Thieme mocht één keer meedebatteren met de lijsttrekkers. Bij het jeugdjournaaldebat hadden de kinderen de keuze tussen mannen met en mannen zonder stropdas. Een treurig gebrek aan rolmodellen: bij hoeveel meisjes zou een kiem gelegd zijn voor een politieke carrière?

Prominent op twee?
De debatten met de nummers twee van de lijsten bleken een vrouwelijke aangelegenheid. Best prominent toch, de tweede plek? Helaas blijkt dat bij het onderhandelen alleen Kathalijne Buitenweg, de nummer twee van Groen- Links, mee mag doen. Jeanine Hennis, Mona Keijzer en Stientje van Veldhoven, de nummers 2 van VVD, CDA en D66 zijn gepasseerd door een man. Zo prominent waren ze kennelijk ook weer niet.

Kansen in het kabinet
De Tweede Kamer telt minder vrouwen dan in de vorige periode. Campagnes om meer vrouwen gekozen te krijgen, hebben er in ieder geval aan bijgedragen dat drie vrouwen met voorkeur- stemmen gekozen zijn. Anders was de oogst nog magerder geweest. En nu

maar duimen voor een net aantal vrouwen in het kabinet. Minstens de helft, dat zou wel mooi zijn tijdens het eeuwfeest van het vrouwenkiesrecht. Ook is het afwachten wie de politiek leiders worden als er huidige fractie- voorzitters doorschuiven naar het kabinet. Tot nu toe zijn vrouwen op nummer twee steevast gepasseerd voor deze functie…

Waarom niet?
Laten we nu de basis leggen om bij de komende verkiezingen meer vrouwen op de lijsten te krijgen. Bij de gemeente- raadsverkiezingen van volgend jaar, voor de provincies, de Eerste Kamer, waterschappen en Europa in 2019. Het is aan politieke partijen om actiever vrouwelijk talent te scouten en op te leiden. En natuurlijk ook aan vrouwen zelf om te overwegen: politiek actief worden, waarom niet? Wat die mannen kunnen, kan ik ook!De verkiezingen van 2017: manmanman…

100 jaar vrouwenkiesrecht: meer vrouwen in de raad!

(gepubliceerd in Raadsledennieuws)

266px-aletta_jacobs32017: het jaar waarin het vrouwenkiesrecht 100 jaar bestaat én de start van maar liefst drie verkiezingsjaren. Dit jaar is de Tweede Kamer aan de beurt, in 2018 de gemeenteraad en in 2019 het Europees Parlement, Provinciale Staten, de Eerste Kamer en Waterschappen. Er is dus de komende jaren veel politiek talent nodig om al die kandidatenlijsten te bemensen. Niet alleen te bemannen dus.

34 jaar geduld…
Dat vrouwen politiek actief konden worden, was geen vanzelfsprekendheid. Al in 1883 wilde Aletta Jacobs zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad van Amsterdam. Ze voldeed tenslotte aan alle eisen die de grondwet daaraan stelde: kiesrecht was er voor alle meerderjarige Nederlanders met een minimaal een bepaald inkomen. Helaas stelde de Hoge Raad haar in het ongelijk, men stelde dat “Nederlander en ingezetenen alleen slaat op de mannen, anders ware dit afzonderlijk vermeld’.
Het zou nog 34 jaar duren voor Jacobs wel gelijk kreeg. Een eeuw geleden kregen vrouwen voor het eerst het recht om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Alleen passief kiesrecht dus, zelf stemmen mocht pas na een wetswijziging in 1919.

Schommelen rond 25%
Een eeuw vrouwenkiesrecht blijkt helaas nog niet voldoende te zijn om net zo veel vrouwen als mannen politiek actief te laten zijn. Zeker in de lokale politiek blijft het aantal vrouwen achter. In gemeenteraden schommelt het percentage vrouwen al lang gemiddeld rond de 25%. Een blik op de kandidatenlijsten laat vaak al zien hoe dat komt. Vrouwen stellen zich minder snel kandidaat dan mannen. En als ze raadslid zijn, dan stoppen ze eerder dan mannen. Jammer! Maar hoe komt dat toch?

Wie, ik?
“Daar ben ik toch helemaal niet geschikt voor? Vraag die en die maar, die is veel beter!” Vrouwen onderschatten zichzelf helaas maar al te vaak. Ze willen eerst zeker weten dat ze het kunnen voor ze aan iets beginnen. Daardoor melden ze zichzelf niet zo snel spontaan voor bijvoorbeeld een plek op de kandidatenlijst. Dat geldt in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven en aan de tafels van talkshows. Mannen zijn letterlijk meer in beeld. Voorbeeldvrouwen zijn daarom belangrijk: “you can’t be what you can’t see”.

Haantjescultuur
Wat ook niet helpt, is haantjesgedrag. Het lijkt in de politiek meer om het spel te gaan dan om de knikkers. Elkaar vliegen afvangen in de debatten, de andere partijen niets gunnen… Niet bepaald gezellig, maar ook niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de besluitvorming. Gelukkig kan dat echt anders. Veel gemeenteraden zijn zich bewust van dit probleem en werken aan een betere vergadercultuur. Om de sfeer te verbeteren én het aanzien van de politiek. Ook mannen hebben daar behoefte aan.

Vergaderen, vergaderen
Het raadswerk kost veel tijd, dat is niet te ontkennen. Naast werk, gezin, mantelzorg is het een flinke aanslag op de agenda. Maar dat betekent niet dat er niets te organiseren is. Veel gemeenteraden zijn al bezig om slimmer te vergaderen en de stroom aan stukken te beperken die raadsleden te verhapstukken krijgen. Stoppen  met vergadermarathons. Meer op werkbezoek en vergaderen op locatie. Meer luisteren naar inwoners en organisaties. Dit maakt het raadswerk leuker. En tijd besteden aan iets waar je blij van wordt, is een stuk minder erg.

Actief werven helpt
Wachten tot vrouwen zich spontaan zelf melden voor de lijst, is dus niet voldoende. Het belangrijkste advies is om vrouwen actief te vragen of zij zich kandidaat willen stellen. Omdat ze er anders misschien domweg niet eens over nadenken. Misschien is daar overtuigingskracht voor nodig: waarom zou jij dat niet kunnen? Een goede voorbereiding helpt ook, zodat vrouwen zich zekerder voelen als ze de stap wagen. Met een bijvoorbeeld een cursus, mentoring en een netwerk van ambitieuze vrouwen die elkaar kunnen steunen met raad en daad. Een mooie taak voor politieke partijen en griffies, juist op dit moment.  Het zou toch zonde zijn als na de zomer blijkt dat er helaas weer zo weinig vrouwen op de lijsten staan! Daar heeft Aletta Jacobs toch niet voor gestreden…

De beste lokale bestuurder van 2016 is… een man

(blog voor topvrouwennaardetop.nl)

chess-1483735_1280Sinds 2009 wordt jaarlijks de beste lokale bestuurder van het jaar gekozen. Een mooi initiatief dat laat zien hoe veel energie, deskundigheid en liefde mensen steken in het besturen van een gemeente, provincie of zelfs een waterschap. Dat mag ook wel eens aandacht krijgen natuurlijk! Helaas blijven de vrouwen die dit mooie werk doen, ook dit jaar onderbelicht.

Grote mensen
“Eindelijk een vrouw. Ik sta hier zo eenzaam!”, riep de gespreksleider (v) uit toen ze een vrouw voor de microfoon kreeg. De verkiezing van de beste lokale bestuurder is een mooi feest, maar haar opmerking was tekenend. Sinds 2009 is de winnaar een man. Ook dit jaar was geen uitzondering: de beste bestuurder van 2016 bleek Commissaris van de Koning Wim van de Donk. Bij de 10 genomineerden was helaas maar één vrouw: wethouder Marianne Smitsmans uit Roermond. 10%, da’s wel heel erg weinig… De beste jonge bestuurder van het jaar en de beste bestuurder van een kleine gemeente waren wel vrouwen: de wethouders Lot van Hooijdonk en Ilse Saris. Van Hooijdonk grapte dat ze vorig jaar nog in de ‘grotemensencategorie’ was genomineerd, dus of dit zo’n promotie was…? En in die ‘grotemensencategorie’ stond de allerjongste genomineerde: Paul Smeulders.

Longlist representatief?
De organisatie laat weten dat op de longlist van 50 genomineerden wel relatief meer vrouwen staan: 22%. “Daarmee vormt het aantal vrouwen in de top 50 een goede afspiegeling van het totale aantal vrouwen die als lokale bestuurder actief zijn.” Op zich mooi. Helaas is de top 50 (nog) niet bekend gemaakt, en zijn dus de meeste genomineerde vrouwen achter de schermen gebleven. Een representatief aantal is mooi, maar geen doel op zich. Voor bijvoorbeeld burgemeesters is het niet erg dat er relatief veel genomineerd werden: “In de top 50 stonden 27 wethouders en twaalf burgemeesters.” Terwijl er toch echt wel meer dan twee keer zo veel wethouders dan burgemeesters zijn.

22% Dat kan beter!
Het wordt hoog tijd dat we iets aan die 22% doen. Dat is natuurlijk een belachelijk laag percentage. Zou het niet mooi zijn als dit jaar, het jaar waarin het vrouwenkiesrecht een eeuw bestaat, veel vrouwen geïnspireerd raken om zich te melden voor een bestuursfunctie? Als in 2018 minstens de helft van de kandidaten voor wethoudersfuncties vrouw is? En dan na de verkiezingen flink meer benoemingen? Als meer vrouwen burgemeester, commissaris van de koning of waterschapsbestuurder worden?

Op naar meer genomineerde vrouwen
De organisatie van een verkiezing als Beste Lokale Bestuurder kan daarbij best een handje helpen. Door vrouwen in het ambt zichtbaar te maken. Al was het maar door de hele top 50 te tonen, waar in ieder geval relatief meer vrouwen in stonden. Maar met een beetje creativiteit moet de diversiteit onder de genomineerden toch te stimuleren zijn!

Verbindende waarde(n)

connect-20333_640“Ik ben een echte verbinder”, staat vaak in sollicitatiebrieven en LinkedIn-profielen. ‘Verbindend vermogen’ is volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur dé nieuwe kerncompetentie voor de overheid. Dat klinkt mooi, maar wat is een verbinder eigenlijk? Is het de nieuwe ‘mensen-mens’, iemand die openstaat voor de ander, wiens deur altijd open staat? Of is het de netwerker, die er actief op uit gaat om contacten te leggen? Of iemand die de angel uit conflicten weet te halen? Hoog tijd om te onderzoeken wat verbinden eigenlijk is. En wat niet.

 

Burgerparticipatie, overheidsparticipatie, interactieve beleidsvorming, kanteling: er zijn in het openbaar bestuur veel termen in omloop die de wens uitdrukken dat de overheid niet alles alleen bedenkt. Er moet dus verbonden worden. Door politici, bestuurders, adviseurs en uitvoerders. De deur staat open voor burgerinitiatieven en er wordt genetwerkt met belanghebbenden. Als er conflicten zijn of dreigen, wordt de-escalerend opgetreden. De overheid luistert, maar moet daarbij wel aan verwachtingenmanagement doen. Luisteren is iets anders dan de ander gelijk geven. Dit vraagt een balanceerkunst die een competentie op zich is. Balanceren tussen besluitvaardigheid en empathie. Tussen daadkracht tonen en draagvlak zoeken.

Lees verder op de site van de Knap Academie

Feedback vragen, de ultieme verbinding

t-1723941_1280(blog voor 360gradenfeedback.nl)

‘Verbindend vermogen’ is in een advies aan de regering bestempeld tot de nieuwe kerncompetentie voor mensen die politiek en bestuurlijk actief zijn in gemeenten. Burgemeesters, wethouders en raadsleden dus. Zo maar beslissingen nemen zonder goed te luisteren naar anderen, is niet meer van deze tijd. Maar verbindend vermogen is natuurlijk niet alleen voor deze beroepsgroep belangrijk. Het is een noodzaak voor iedereen die te maken heeft met mensen, groepen en organisaties met verschillende, en vaak zelfs tegengestelde belangen. Of dat nu een bewonersorganisatie is of een afdeling binnen een bedrijf. Maar wanneer ben je eigenlijk een goede verbinder?

Verbinden, hoe doe je dat?
Wij vinden iets een competentie als je er feedback op kunt geven. Een competentie uit zich in  concreet, waarneembaar  gedrag, dat je kunt ontwikkelen. ‘Verbinden’ is daarvoor nog een te breed begrip. Om te zien of iemand over verbindend vermogen beschikt, is het dan ook nodig om begrip verder uit te pluizen. Hoe ziet verbindend vermogen er uit? Hoe kun je het ontwikkelen? Als je gaat kijken welk gedrag er bij ‘verbinden’ komt kijken, dan kom je uit op een aantal verschillende, maar wel duidelijk samenhangende competenties.

Communicatie in de hoofdrol
De kern van verbinden is communicatie. En dan niet alleen het ‘zenden’ van wat je te melden hebt, maar vooral het luisteren. Open staan voor wat een ander te melden heeft en je eigen aannames en ideeën even op de achtergrond laten. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker voor gedreven en resultaatgerichte bestuurders, managers en adviseurs! De check is of de ander zich gehoord voelt. Maar verbinden is natuurlijk wel tweerichtingsverkeer. Reageren is dan ook noodzakelijk., De communicatie-competitie die hierbij de hoofdrol speelt, is dat je je informatie, woorden en toon goed afstemt op de ander. Ook als je een boodschap hebt waar de ander niet per se blij mee is.

Kracht door kwetsbaarheid
Een goede verbinder scoort ook goed op competenties als netwerken, samenwerken en flexibiliteit. En als er sprake is van klantcontacten, doet klantgerichtheid natuurlijk ook mee. Open staan voor belangen en ideeën van anderen, actief verbindingen zoeken en zaken vanuit het perspectief van een ander kunnen bekijken. Maar misschien is de belangrijkste competentie die je nodig hebt om een goede verbinder te zijn, wel ‘lerend vermogen’. Met als belangrijkste vorm van waarneembaar gedrag: actief feedback vragen. Door feedback te vragen toon je kracht door je kwetsbaar op te stellen: wat vindt de ander van jou? Feedback vragen én geven is daarom wat ons betreft de belangrijkste manier van verbinden.

5 tips om je verbindend vermogen te versterken

  1. leg actief contact met belanghebbenden bij jouw werk;
  2. vraag hen regelmatig feedback en laat zien wat je met deze feedback doet;
  3. luister zonder meteen te willen reageren;
  4. check of de ander zich gehoord voelt;
  5. communiceer helder als je de ander geen gelijk wilt of kunt geven.

schermafbeelding-2016-11-07-om-11-48-51

Wil je een objectieve blik op jouw competenties, die van een medewerker of een heel team? Dat kan met 360graden-feedback. Wil je meer informatie? Neem contact op!

Wie meer wil weten over de competenties in het openbaar bestuur: lees hier het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

I just don’t like her… het boemerang-effect voor vrouwen

www.topvrouwennaardetop.nl

Boemerang-effect
Clinton heeft last van backlash. Dit is het boemerang-effect dat optreedt als iemand zich niet voldoet aan voor haar (of hem!) stereotype gedrag. Vrouwen zijn aardig, zacht en verbindend. Mannen zijn daadkrachtig en uitgesproken. Hoe geëmancipeerd je ook denkt te zijn, deze stereotypen blijken diep geworteld in al onze systemen. Onderzoek toont dat steeds weer aan, en wie het van zichzelf niet wil geloven: doe deze test van de Harvard-universiteit over stereotypen.

Buiten de lijntjes: een bitch!
Uit onderzoek naar het fenomeen backlash   dat van  mannen ook verwacht wordt dat zij zich aan hun stereotype houden, maar dat zij zich op professioneel gebied meer kunnen veroorloven dan vrouwen om ervan af te wijken. Oftewel: een man mag best aardig zijn. Maar een vrouw mag niet hard zijn. Dan kleurt ze buiten de lijntjes en is ze een bitch. En vrouwen die niet aardig gevonden worden, worden minder competent geacht. Clinton moet dus wel aardig zijn.

Dan maar je mond houden?
Voor jezelf opkomen valt in de categorie ‘mannelijke eigenschappen’. Vrouwen die dit doen, worden dan ook streng beoordeeld. Dat kan ertoe leiden dat vrouwen letterlijk en figuurlijk overstemd worden. In het Witte Huis zijn vrouwen daarom begonnen met ‘amplifying’: elkaar versterken. Letterlijk. Als een vrouw in een vergadering overstemd wordt, herhaalt een andere vrouw haar. Een mooie analyse hiervan stond in de NRC van vandaag. Vanuit mijn vak als trainer en coach mocht ik een bijdrage leveren:

Gesprekstechnieken kunnen een handig steuntje in de rug zijn, maar als vrouw vaker je mond opendoen vereist ook een mentaliteitsverandering. Vrouwen willen vaak aardig gevonden worden, wat niet strookt met dominant gedrag. Volgens communicatie-adviseur Liesbeth Tettero is dit een bekend probleem. „Kijk maar naar Hillary Clinton. Zij wijkt af van de norm, omdat ze zich dominant opstelt. Daarom gaat de discussie vaak over haar likeability. Ze mag competent zijn, maar veel kiezers vinden haar niet aardig.
Toch is dat geen reden om te zwijgen, vindt Tettero. Ze stelt vrouwen tijdens haar trainingen vaak de vraag: wil je aardig of vaardig gevonden worden? „Vaak blijkt dat eerste dan toch erg belangrijk. Maar waarom eigenlijk? Jij vindt zelf ook niet iedereen aardig, dus wat maakt het uit als niet iedereen jou aardig vindt? Wees eens de bitch. In de praktijk blijkt dat anderen je assertiviteit vaak best op prijs stellen.”